De Goudvinken

Standaard eisen:

Formaat: De ideale “grote” goudvink moet een forse indruk maken en minimaal 17 cm groot zijn. Groter is toegestaan, mits niet storend ten opzichte van het model. De ideale “kleine” goudvink mag maximaal 14 cm groot zijn. Het formaat wordt gemeten tussen de punt van de snavel en het uiteinde van de staart.

Model: Het type van een goudvink is robuust, vol en gedrongen, waarbij de onderlinge lichaamsverhoudingen harmonisch op elkaar moeten zijn afgestemd. Van opzij gezien moet de borst- / buiklijn vanaf de keel tot aan de onderstaartdekveren, van voldoende volume zijn en regelmatig gebogen. De rug moet vanaf de kop tot aan de punt van de staart een bijna rechte lijn vormen. Van voren gezien dient de borst vol en goed rond te zijn. In het achterlijf mag de goudvink niet de indruk maken vet te zijn. De kop, die een iets afgeplatte indruk geeft, moet een regelmatig gebogen lijn vormen. Met het oog centraal ten opzichte van de schedel.

Houding: De goudvink dient rustig, rechtop op stok te zitten en het lichaam dient los van de stok te blijven. De vleugels dienen strak tegen de romp gedragen te worden, waarbij de vleugelpunten sluiten op de stuit.

Conditie: Voor de goudvink, is een goede conditie een eerste vereiste. Wanneer de goudvink niet in goede conditie verkeert, komt deze niet in aanmerking voor een hoge puntenwaardering.

Poten: De poten moeten recht en stevig zijn, zonder verruwing of vergroeiingen. De tenen, drie naar voren en één naar achteren, dienen op een natuurlijke wijze stevig om de stok te klemmen. Elke teen is voorzien van een iets gekromde nagel.

Ringmaat: “Grote” goudvinken 2,9 / 3,0 mm. “Kleine” goudvinken 2,7 mm.

Snavel: Relatief vrij klein, kegelvormig met aan de punt van de bovensnavel een klein haakje. Onder- en bovensnavel moeten goed op elkaar sluiten.
De lijn bovensnavel - schedel dient een vloeiend verloop te hebben.

Bevedering: Het onbeschadigde verenpak dient strak en aaneengesloten gedragen te worden.

Tekeningspatroon: De tekeningsonderdelen van de goudvink zijn:
• Kop en masker: Bovenzijde kop, tot even onder het oog. De kleurscheiding moet regelmatig en strak afgelijnd zijn.
• Kintekening: De koptekening loopt via het oog uit in een bef onder de snavel en sluit aan op de ondersnavel. De bef moet strak afgelijnd zijn.
• Vleugelbanden: De toppen van de grote vleugeldekveren zijn witgrijs, dit geeft een strakke tekening die begint bij de rand van de vleugels en verbredend uitloopt naar de rug.

Vleugelvlek: Beide vleugels vertonen een rood vlekje op de buitenvlag van de laatste armpen
                                                                                                                                              Bron: NBvV


Filmpje van onze Goudvinken: